Angst en somberheid bij een visuele beperking
Angst en somberheid komen bij volwassenen met een visuele beperking opvallend vaak voor; ongeveer één op de drie ervaart klachten van angst of somberheid. Dat is twee keer zo vaak als bij mensen zonder visuele beperking.
Wat we zien in de praktijk en onderzoek
Mentale klachten worden vaak laat herkend
De aandacht gaat vaak eerst uit naar het omgaan met minder zicht in het dagelijks leven, daar ligt de focus op. Daarbij komt dat signalen zoals vermoeidheid, een minder verzorgd uiterlijk of minder sociale activiteiten soms ten onrechte worden toegeschreven aan de visuele beperking. Dit kunnen ook opzichzelfstaande terwijl er ook sprake kan zijn van depressieve klachten of een angststoornis.
Mensen praten er niet gemakkelijk over en vinden moeilijk informatie
Veel mensen schamen zich of denken dat hun gevoelens erbij horen. Soms weten mensen niet waar ze (toegankelijke) informatie kunnen vinden, welke hulp er beschikbaar is, of hebben ze angst voor mogelijke gevolgen. Ook de dubbele erkenning kan lastig zijn: ‘ik heb niet alleen een visuele beperking, maar óók nog mentale klachten’. Daardoor kunnen klachten langer blijven bestaan dan nodig is.

Naasten en professionals spelen een belangrijke rol
Zij kunnen helpen door alert te zijn op signalen, het gesprek te openen, toegankelijke informatie aan te reiken en mee te denken over vervolgstappen naar passende hulp. Dit kan zowel de herkenning én erkenning van klachten bevorderen als de stap om er iets mee te doen.
Verlies, verandering, onvoorspelbaarheid
Een visuele beperking brengt vaak verlies en verandering met zich mee. Verlies van zelfstandigheid, van vertrouwen in het eigen lichaam of sociaal contact. Verdriet, boosheid en onzekerheid zijn dan begrijpelijk. Bij oogaandoeningen waarbij het zicht verder kan achteruitgaan, speelt ook de onvoorspelbaarheid een grote rol. Die voortdurende onzekerheid kan somberheid en angst versterken en ervoor zorgen dat iemand situaties gaat vermijden.
Het is niet altijd eenvoudig om onderscheid te maken tussen normale rouw om verlies en een depressie die behandeling vraagt. Toch is het belangrijk om hier alert op te blijven.
Ook angst voor medische behandelingen, zoals ooginjecties, kan groot zijn en verder gaan dan gezonde spanning. Wanneer klachten aanhouden of het dagelijks leven beperken, is het belangrijk om ze serieus te nemen en zo nodig verder te onderzoeken.
Risicofactoren
Er zijn verschillende factoren die het risico op angst en/of depressieve klachten bij mensen met een visuele beperking kunnen vergroten.
Bijkomende gezondheidsproblemen
Zowel lichamelijke als psychische bijkomende aandoeningen kunnen het risico op depressie en angst vergroten.
Beperkt sociaal netwerk
Een tekort aan sociale steun vergroot de kans op psychische klachten.
Geslacht
Vrouwen hebben vaker last van angst- en stemmingsstoornissen dan mannen.
Laag zelfvertrouwen
Moeite hebben om in zichzelf te geloven kan bijdragen aan gevoelens van angst en somberheid.
Ingrijpende gebeurtenissen
Trauma, verlies of langdurige stress kunnen de mentale veerkracht verlagen.
Psychische klachten in de familie
Erfelijke aanleg of een opvoeding waarin mentale gezondheid een rol speelt, kan van invloed zijn.
Waar kun je op letten?
Somberheid en angst zijn niet altijd direct zichtbaar. Let daarom op de volgende signalen:
- aanhoudende vermoeidheid
- concentratieproblemen
- minder activiteiten ondernemen
- zich terugtrekken uit contact met anderen
- prikkelbaarheid of boosheid
- lichamelijke klachten zonder duidelijke oorzaak
Herken je deze signalen bij jezelf? Of bij iemand in je omgeving? Blijf er niet mee rondlopen. Praat erover met iemand die je vertrouwt, zoals een naaste, een begeleider of een professional. Samen kun je kijken wat helpend kan zijn.

Wat professionals helpt om somberheid en angst te herkennen en bespreken
Onderzoek laat zien dat zorgprofessionals soms terughoudend zijn om somberheid en angst ter sprake te brengen of informatie hierover te delen. Dit terwijl zij juist een belangrijk verschil kunnen maken bij het herkennen én erkennen van deze klachten. Het is belangrijk dat zorgprofessionals voldoende vertrouwen en houvast voelen om mentale gezondheid bespreekbaar te maken.
Korte vragenlijst helpt bij vroege herkenning
Het gebruik van een korte vragenlijst, de PHQ-4, kan zorgprofessionals helpen om signalen van somberheid en angst eerder te herkennen en het gesprek te starten. De lijst bestaat uit vier vragen en geeft snel inzicht in of er mogelijk meer speelt en of verder onderzoek nodig is. De PHQ-4 is geschikt voor mensen met een visuele beperking.
Stapsgewijze zorg
Volwassenen met een visuele beperking die angst- of depressieklachten ervaren, hebben baat bij een stapsgewijs behandeltraject (Stepped Care). In dit traject wordt na elke stap samen met de betrokken zorgprofessional bekeken hoe het gaat. Is de ondersteuning voldoende? Dan stopt het traject. Is er meer nodig? Dan volgt een volgende stap.
- Je start met lichte ondersteuning, zoals het bespreken van je klachten en uitleg over wat er speelt. Daarna kun je eventueel een zelfhulpcursus volgen.
- Blijven klachten bestaan, dan volg je oplossingsgerichte therapie bij een zorgprofessional.
- Wanneer nodig kan de huisarts je doorverwijzen naar meer specialistische zorg.
Deze stapsgewijze behandeling is momenteel beschikbaar voor volwassenen vanaf 55 jaar en wordt aangeboden door de Robert Coppes Stichting, Bartiméus en Visio. Een versie voor mensen van 18 jaar en ouder wordt momenteel onderzocht en ontwikkeld.
Meer informatie
Wil je meer weten over depressie en angst bij mensen met een visuele beperking?
Op het platform van Kennis Over Zien kan je hier meer over lezen.
De informatie op deze pagina is onder meer gebaseerd op ons onderzoek RecognEYEze.
